Een goed doel moet je kunnen verkopen

Stinkend rijk is Joost de Kluijver (36) er nog niet van geworden. Jaarlijks kan hij zo’n 60.000 euro salaris declareren bij Closing the Loop. Maar het afgelopen jaar stuurde hij maar vijf facturen: „Meer geld was er niet en had ik niet nodig. We gaan slim om met wat we hebben.”

Gepubliceerd in NRC Handelsblad op 24 maart 2017

De entrepreneur woont met zijn gezin in een omgebouwde school in Amsterdam, die hij samen met bekenden kocht tijdens de crisis. Zijn onderneming Closing the Loop beperkt milieuschade door afgedankte telefoons in ontwikkelingslanden te verschepen naar recyclefabrieken in Europa. Maar ‘goed willen doen’ is geen goede drijfveer om te ondernemen, vindt De Kluijver. Want: „Wil je je doel bereiken, dan moet je vooral goed kunnen verkopen.”

De Kluijver houdt kantoor op de Amsterdamse Zuidas, maar voldoet maar eigen zeggen niet aan het cliché van een zakenman die zich na grote successen op een goed doel stort. „Ik heb geen opgebouwd schuldgevoel en ik heb ook geen grote hoogten behaald.” Voor zijn werkplek in de lobby op de begane grond – met leestafel en loungestoelen – betaalt hij slechts een paar tientjes per maand. Dat past bij de mentaliteit van een pionier, zegt hij. „Ik vind ondernemen interessant. Status vind ik minder belangrijk.”

Jeuk

Na een studie bedrijfskunde begon De Kluijver zijn loopbaan als consultant bij adviesbureau Accenture. Daar stelde hij duurzame voorstellen voor klanten in de financiële sector op. Totdat in 2008 de financiële crisis uitbrak. „Je druk maken over iets dat in de bekende rekenmodellen niet terug te zien is, werd opeens gezien als inferieur,” vertelt hij. Twee maanden later was hij er weg.

Zijn interesse voor duurzaamheid verklaart hij vanuit zijn opvoeding: als hij het licht aan liet, kreeg hij meteen op zijn kop. Thuis werden wedstrijdjes gedaan wie het kortst kon douchen. De Kluijver: „Mijn familie heeft een deurwaardersbedrijf. Als jongetje ging ik eens mee naar de ontruiming van een garage. De zestigjarige eigenaar zag zijn leven instorten. Dat marktwerking niet altijd de meest gunstige uitkomst voor alle mensen biedt, ja, dat kreeg ik dus wel mee.”

Toch paste het andere uiterste hem ook niet helemaal. Na zijn baan bij Accenture kwam De Kluikver terecht bij het Global Reporting Initiative (GRI), een NGO die bedrijven helpt over hun milieu-impact te rapporteren. „Bij Accenture moest je als broekie voorlopig je kop houden. Ik ergerde me aan het hiërarchische bedrijfsmodel. Maar bij GRI kwam het voor dat vijftig werknemers tegelijk een kringgesprek hielden.” Daar kreeg De Kluijver allergie van: „Ik wil resultaatgericht werken. Ik weet: bedrijven verduurzamen nooit uit schuldgevoel, maar omdat er kansen liggen. NGO’s begrijpen dat vaak niet.”

In 2010 begon hij bij een start-up die het aanbod aan gebruikte mobieltjes in Europa koppelde aan de vraag naar betaalbare telefoons in Afrika. De Kluijver: „In Afrika zijn onze afdankertjes heel waardevol.” Begin 2014 ging dat bedrijfje door opkomende concurrentie failliet. Intussen had De Kluijver wél gezien hoe kapotte mobieltjes in Afrika op een enorme berg elektronisch afval belandden. Om milieuschade te voorkomen richtte hij daarom Closing the Loop op, dat nu in Afrika mobieltjes verzamelt.

Aanvankelijk was zijn onderneming een NGO, maar inmiddels noemt De Kluijver Closing the Loop liever een bedrijf: „Het knuffelbare stadium van een start-up zijn we voorbij.” In 2016 zamelde Closing the Loop ruim een miljoen telefoons in, deze maand ging het bedrijf een samenwerking met multinational Sims Recycling Solutions aan, dat gerepareerde telefoons in de hele wereld verkoopt. In die handel gaat jaarlijks zo’n 17 miljard euro om. Mede dankzij de nieuwe samenwerking verwacht Closing the Loop dit jaar een omzet van 1,3 miljoen.

De Afrikaanse ratio

De Kluijver is milieurealist. Het zou nóg beter zijn wanneer Afrikanen hun elektronische afval zelf zouden recyclen, erkent hij. „Maar in Afrika staan nu eenmaal geen fabrieken waar ze het verantwoord kunnen verwerken.”

Europese regelgeving verplicht elektronicaverkopers hun elektronische afval wel in te zamelen, legt De Kluijver uit. „Fabrikanten pronken met foto’s van in Afrika geplaatste inzamelbakken – ze houden zich aan de regels. Maar ondertussen blijven die bakken goeddeels leeg.” Je kunt de Europese aanpak niet klakkeloos kopiëren naar Afrika, stelt hij. Want de ervaring leert: Afrikanen leveren hun kapotte mobieltjes pas in als ze direct zien hoe ze daar zelf baat bij hebben. Uiteindelijk is het De Kluijver gelukt telecomaanbieders te vinden die mobieltjes van klanten inruilen tegen beltegoed. „Dat was complexer dan je denkt. Duurzaamheid is er geen trend, het is er volstrekt onbekend.”

Inmiddels laat hij de inzameling coördineren door een Zuid-Afrikaan, om culturele misverstanden te verminderen. Lokale partners laten busjes met luidsprekers op het dak rondrijden, vol vrouwen die over inruilacties zingen. De Kluijver: „Zoiets zou ik dus niet kunnen verzinnen.”

De grootste moeilijkheid waar Closing the Loop tegenaan loopt? De traagheid van overheden. „We wachtten bijvoorbeeld anderhalf jaar op een transportvergunning voor een container vol kapotte telefoons. Wekenlang beaamde de verantwoordelijke ambtenaar dagelijks dat de formulieren op zijn bureau lagen, klaar om door hem getekend te worden. Maar ondertussen gebeurde er niks – ik zal de Afrikaanse ratio nooit helemaal kunnen volgen.”

Toch vindt De Kluijver ondernemen in Afrika geen gekke keuze. „Als je in een arm land werkt en geen misère ziet, dan heb je oogkleppen op. Dan kom je niet iets doen waarvan de lokale bevolking profiteert. Die misère betekent dat er kansen liggen dingen te verbeteren. Juist hier is het moeilijk iets zinnigs toe te voegen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *